As the bottle runs dry

Posted: januari 22, 2012 in Mijn film
Tags:

“Slapen, ik wil slapen”, mompelde de dronken Indiër. “Ok, slaap dan, maar doet dat alstublieft niet op mijn kabas.” Wel, daar had het meisje misschien wel een punt.

Wat een traditioneel saai zondagsritje met de trein naar Leuven moest worden, kende toch een ietwat opmerkelijke afloop. Zo eentje die ik moeilijk voor mezelf kan houden, ook al had ik me voorgenomen hier deze week niets te schrijven. Welaan dan, vijf minuutjes tijd heb ik wel. Ergens halverwege de rit wandelt er dus een man van Indische afkomst de wagon binnen. Dat klinkt als het begin van een flauwe  kalendergrap, maar het zij zo. Trouwens, laat het ons eerder waggelen noemen, wat ’ie deed. Uiteraard bleek de enige vrije zitplaats zich recht tegenover mij te bevinden. Hoewel de man zijn uiterste best deed om niet te laten merken dat hij dat centimetertje te diep in het glas had gekeken, bleek al snel dat het vergeefse moeite was. Die geur, man. Die geur!

Vijf minuutjes, meer had de man niet nodig om in een diepe slaap te vallen. En met diep, bedoel ik ook echt diep. Net zoals dat vallen nogal letterlijk genomen mag worden. Na de schouder van mijn overbuur als kopkussen gebruikt te hebben, bleek al gauw dat ’s mans evenwichtsorganen er danig genoeg van hadden. Op het ritme van de oneffen sporen vlak voor het Leuvense station schokte de man heen en weer, tot hij met een harde smak een bed vond in het gangpad.

“Dames en heren, we komen aan in het station van Leuven.” De man stond recht, keek even verdwaasd rond en sprak dan de profetische woorden: “Zo, hier zijn we weer. We hebben geslapen, en nu zijn we een nieuwe mens.” Ik wenste de man een prettige avond en wandelde met een brede glimlach het centrum binnen.

Deze kon ik toch moeilijk voor mezelf houden. Of Niet soms?

Tot zo

Posted: januari 19, 2012 in Geen categorie

Dat het hier kalm is. En of. De komende week wordt er elders geschreven, dus je kan even op de koffie bij de buren. Wel beloven dat je daarna terugkomt, hé!

You’re too old to lose it, too young to choose it

Posted: januari 8, 2012 in Geen categorie
Tags:,

David Bowie wordt vijfenzestig en ik heb zin om dat te vieren. Ziggy Stardust en zijn Spiders from Mars knallen snoeihard door de cd-speler, terwijl ik het boekje met lyrics nog eens doorblader om vervolgens het glas te heffen. Een Leffe. Blond.

Gelukkige verjaardag.

Ik dacht op de trein naar Leuven te zitten, ergerde me mateloos aan de ratelende mevrouw naast me en belandde uiteindelijk in Brussel-Noord. Ik slenterde naar het juiste perron, merkte dat er iets niet klopte en trok een sprintje naar spoor negen. Ik viel in slaap op de echte trein naar Leuven, werd officieel benoemd tot Verdwaalde Reiziger en dronk koffie tegen de hoofdpijn die zou komen. Ik schreef teksten voor het werk, luisterde naar Keith Richards en schrapte volledige zinnen. Ik at frieten met tartaar, gaf een halve boulet weg en dronk nog meer koffie met suiker. Ik aanvaardde de kritiek op mijn teksten, vertelde een gênant treinverhaal en werd het mikpunt van spot.

Morgen wordt het beter. Maar eigenlijk hoeft dat helemaal niet.

Dat was het, of toch bijna

Posted: december 31, 2011 in Mijn film

Daar zat ze, op de bank in een hoekje van het stationsgebouw. Tergend langzaam kauwend op een reepje chocolade. Het raakte me. Niet dat ik er emotioneel van werd, nee hoor, emoties zijn zo 2011. Of, misschien ook niet. Het raakte me gewoon, de manier waarop ze daar zo zat. Eenzaam, maar ergens toch zo intens gelukkig. Medelijden en een glimlach.

Met dichtgeknepen ogen zat ze daar, turend naar de binnenstromende reizigers. Naar de twee Turkse kinderen, gefascineerd door de kauwgumballenautomaat. Naar het groepje meisjes dat vastbesloten van plan was het oude jaar tot de laatste druppel leeg te drinken, en naar de loketbediende die maar al te graag met een druppel van de meisjes het nieuwe jaar had ingezet.

Ik vroeg me af wat ze dacht bij het zien van al dat gedoe. Ik vroeg me af of ze deze dagen ook zo afschuwelijk vindt als ik dat doe. Ik vroeg me af hoe vaak ze deze periode al had doorgemaakt en schatte dat het zo’n drieënzeventig keer moest zijn.

Daar zat ze, met een half reepje chocolade. En, misschien had ze wel gelijk. Misschien moet ik dit allemaal maar niet zo erg vinden. Maar dat is toch zo moeilijk, mevrouw.

Eén, twee, …, negentien, twintig. OK, ik tel er dus twintig. Twintig weken om op te bouwen naar dat hoogtepunt, die mythische afstand. Zondag 13 mei, Maasmarathon, op aanraden van een ervaringsdeskundige. Hoewel lopen met een trainingsschema niet meteen mijn voorkeur wegdraagt, lijkt het me toch geen slecht idee om een samenraapsel van op het net gevonden schema’s als leidraad te gebruiken. Kwestie van mezelf een beetje te kunnen controleren.

Twintig weken, oftewel vier maanden en vijftien dagen. Pal in het midden van de opbouw een deelname aan de jaarlijkse Studentenmarathon – een halve, weliswaar – als waardemeter en anderhalve week voor de Grote Dag een allerlaatste test tijdens de Leuvense Bike and Run.

Haalbaar? Geen flauw idee. Gewoon doen.

“’t Is Kerstmis en ge zult het verdomme geweten hebben.”  Oei nee, niet vloeken. “’t Is Kerstmis en ge zult het geweten hebben.”  Iedere straathoek, iedere gevel schreeuwde luid in mijn oor opdat ik het zou begrijpen. De afgelopen week deed ik kerstinkopen. Althans, dat was het plan. Zoals dat ieder jaar het plan is. Helaas.

“Cd’s. Dat werkt altijd. Of nee, niet altijd, maar toch vaak.” Daar stond ik dan, gelijk een kind in een suikerspinnenwinkel. Zou dat überhaupt bestaan, suikerspinnenwinkels? Doet er eigenlijk ook helemaal niet toe. Wat ik zeggen wil: zet me in een cd-winkel en je kan me er de dag later in een hoekje terugvinden, gestikt in mijn eigen kwijl. Omdat het meisje aan de platenbakken zo mooi stond te wezen, was ik al snel tussen de lp’s aan het snuffelen. We hadden het over Simon and Garfunkel, onze liefde voor The National en hoe zeer zij op zoek was naar iets waar ik nog nooit van gehoord had. Ik vond vier platen die snakten naar een eigenaar – eigenlijk waren het er zeven maar dat klinkt wat overdreven, dus laat ons zeggen dat ik er vijf vond. Drie cd’s en nog eens twee platen later besefte ik plots dat het allemaal cadeaus voor mezelf waren. Dat klinkt zieliger dan het is, maar denk ervan wat je wilt. Ik legde terug wat ik vast had en wandelde buiten. Het meisje wuifde en ik deed hetzelfde even enthousiast terug. Het streepje kwijl op mijn jas zou enkel de mevrouw van de viskraam opvallen.

“Boeken, laat ik boeken kopen. Man, zo origineel!” In de Fnac stonden mensen te schaterlachen voor een scherm waarop Alex Agnew van jetje gaf. Ik vroeg me af of ze wisten dat ze die DVD ook gewoon konden kopen en vroeg aan de mijnheer die de trap lichtjes versperde of hij heel even opzij wou gaan en hij lachte en lachte maar bewoog voor geen meter. Heel even wou ik het volgende mopje voorprevelen, maar het is bijna Kerstmis en dan word je verwacht verdraagzaam te zijn. Ik wachtte. Het duurde vijf minuutjes, waarna de mijnheer uiteindelijk besloot toch maar door te wandelen. Ik keek naar boeken en stelde vast dat ik na nog geen minuut mijn eigen boekenlijstje alweer stond aan te vullen. Omdat de drukte me deed kokhalzen, ging ik een kijkje nemen in een echte boekenzaak. Ik wandelde er buiten met twee nieuwe boeken voor m’n eigen kast en besloot mijn vruchteloze zoektocht naar kerstcadeaus te staken.

Op de weg terug zag ik het meisje van de platenbakken aan de andere kant van de straat wandelen. Ze had een plaat onder haar arm en ik bedacht me dat ze gevonden had waar ze zo naar op zoek was.

Hij had een beetje weg van Eddy Wally, een beetje van Mister Michel en, geef toe, toch ook ietwat van een bever. Het was me er eentje, die Joerie Irsenovitch Kim. Pyongyang hijst de vlag halfstok en dat mag een hoofdpunt in het nieuws zijn. Grote Leider, speciaal voor u, omdat ook niet zo aardige mijnheren een eerbetoon verdienen. Al was het maar om u in mijn gedachten een dansje te zien placeren. Asjeblief.

Zo volstaat’ie wel

Posted: december 11, 2011 in Tussen u en ik
Tags:,

Wel, misschien toch maar weer eens een gouwe ouwe gewoonte terug boven halen: “Dank u, NMBS!” Zo, dat lucht op. Een nieuwe dienstregeling, een nieuw experiment, moeten ze gedacht hebben. Dan sta je daar met z’n zessen vrolijk te wachten op je zondagse verbinding naar Leuven – zowat de drukste lijn van de week – en blijkt plots dat je trein met meer dan de helft is ingekort. “Ok, dan blijven we wel even rechtstaan, zo erg is dat nu ook weer niet.” Beetje lachen, lollig doen, tot je even later merkt dat die nieuwe dienstregeling klaarblijkelijk door een randdebiel eerste klasse moet uitgetekend zijn. Geen twee haltes meer, ook geen drie of vier, nee hoor, maar liefst vijf tussenstops vooraleer het Leuvense station binnen te waggelen. Gevolg: reizigers in de trein boos, reizigers naast de trein boos, conducteur boos, kortom, iedereen boos. Behalve een zestal vrolijkaards, waaronder mezelf.

Niet zo heel erg veel later wandel je het station buiten. Goedgemutst, beetje lachen, lollig doen, tot je even verderop merkt dat er weer zo’n sfeer hangt waar je helemaal niet van houdt, waar je zo’n bloedhekel aan hebt. Lichtje hier, versierinkje daar. Boompje met glitters, meisje met glühwein, huisje ingepakt als kerstcadeau. Gevolg: iedereen blij. Behalve ik. Moet dat nu echt, die kerstsfeer? Ik word daar zo mottig van. En de week is nog niet eens begonnen.

Geef me dat water eens aan

Posted: december 3, 2011 in Op de tribune
Tags:,

Of we zin hadden om met onze judoclub deel te nemen aan de ‘Bulgarian Bag Training’. “De wat?”, hoor ik u al denken. Wel, stel je gewoon voor dat je een geit, vastgebonden aan voor –en achterpoten, op je schouders legt en er vervolgens een reeks krachtoefeningen mee doet. Nou, geen echte geit, uiteraard, dat klinkt gewoon leuker. Een uit het Oostblok overgewaaide trainingsmethode voor worstelaars, zo werd ons verteld – geïnspireerd door de Roemeense en Bulgaarse traditie van het belonen van tornooiwinnaars met geiten of schapen. Interessant, toch?

Zodoende stond ik vandaag anderhalf uur lang met een zak van zeventien kilogram rond te zwieren. Wat begon met lacherig gespeel, veranderde al snel in licht gevloek en overmatig vochtverlies. Na een half uurtje begon het te dagen dat dit wel eens veel zwaarder zou kunnen worden dan het op het eerste zicht leek. Nog een half uur later leek de zak in gewicht verdubbeld te zijn. “Het moet een van de eerste keren zijn dat tijdens een initiatie de zwaarste zakken (vijfentwintig kilogram) constant gebruikt worden”, zo merkte de initiator lichtjes verwonderd op. “We gaan niet voor niets terug naar eerste nationale,” was het gevatte antwoord van de coach, “wij trainen met zakken cement.” Dat eerste was waar, het tweede uiteraard niet.

Ik heb moeite om mijn glas bruiswater op te heffen en mijn benen voelen aan alsof ik drie Pyreneeëncols ben omhoog gehuppeld, maar geloof me, een aanrader is het zeker. Hoewel ik de komende weken toch liever geen geit meer hoef te zien. Bij wijze van introductie, een filmpje van een bevriende club.