Twee meergranenkoeken en een rijsttaartje. Dat was mijn bestelling, vanochtend bij de bakker. Ohja, en een boterkoek. En eigenlijk ook nog een fruitwafel, want ik had toch zo een honger. “En dat zo vroeg in de ochtend, mijnheer”, zei de bakkersvrouw me met blozende wangen. Niet dat het haar stoorde dat ik mijn dag begon met een stapel koeken, integendeel, want mevrouwen van bakkers dromen stiekem van klanten als ik. Althans, dat denk ik toch. Nee, ze bloosde om een heel andere reden.
“Heb je de nieuwe dokter van om de hoek al gezien?”, vroeg de dame voor me vijf minuutjes eerder. “Ik zou spontaan vaker ziek willen zijn. Wat een stuk!” De mevrouw van de bakker lachte en zei beleefd dat ze daar een beetje te oud voor was. Maar vroeger! “Toen we de zaak pas hadden, kwam hier eigenlijk maar één klant”, sprak ze plots met blinkende ogen. “Dat was ‘m. Echt waar, die moest ik hebben, dacht ik toen.” Haar wangen kregen een rood kleurtje en ze begon stilletjes te giechelen als een vijftienjarige. “Jaren heb ik van hem gedroomd, dat moest mijn man worden … Helaas.” Ik keek even met vragende blik omhoog, terwijl ze snel hernam: “Maar, nu ben ik natuurlijk wel gelukkig getrouwd, hoor. Al vijfentwintig jaar.” Ze aarzelde even terwijl ze het zei. Haar stem beefde en verontrust keek ze me aan. Ik deed alsof ik niets gemerkt had en zette mijn vriendelijkste glimlach op. “Vijf-en-twintig”, fluisterde ze nog eens. De dame voor me knikte instemmend en wandelde met een lang grijs naar buiten. Gesneden, uiteraard.
“En dat zo vroeg in de ochtend, mijnheer.” Jarenlang had ze gesmacht naar haar prins, de ideale klant. Vijfentwintig jaren hartstochtelijke dromen, vijfentwintig jaren opgekropt verlangen. “Gelukkig staat er nu weer zo een klant voor je”, stak ik haar een hart onder de riem. De mevrouw van de bakker begon te schaterlachen terwijl ik met twee meergranenkoeken, een rijsttaartje, een boterkoek en een fruitwafel op mijn wit paard terug naar kantoor galoppeerde.
Dus zijt gij de enige van de faculteit die niet in de Parkstraat gaat? Want daar kan onmogelijk meer uitkomen dan: ‘Dag meneer, bedankt meneer, twee euro twintig meneer. Met bloemsuiker of met chocolade meneer? Bedankt meneer en merci.’
Nee hoor, het was wel degelijk de “dank u, mijnheer”-dame ! Ongelooflijk maar waar. Net daarom dat ik er een ganse dag van ondersteboven was.
Jammer genoeg was het vandaag terug: “asjeblief, dankuwel, bedankt, dag eh, danku.”
Menselijke gevoelens? Die? Dat gelooft geen mens!
maar jawel, Herman! Ik moet idd wel zeggen dat ik ook verschoot toen die verhalen tegen klanten begon te vertellen